Schnapsen: Spelhandleiding

Spelbediening

Door een klik op de knop "Nieuw spel" opent zich een nieuw spel. De speler kiest hierbij onder andere de gewenste sterkte van de medespelers. Natuurlijk staat het de speler ook vrij om een reeds geopend spel van een andere speler aan te nemen.

De eigen kaarten van de speler worden als een waaier afgebeeld. Klikt de speler op een kaart, dan wordt deze op het speelveld gespeeld. Behaalt de speler een slag, dan worden de kaarten verdekt naast de waaier afgelegd.

De knop "Sluiten" wordt altijd aan de uitspelende speler getoond. Mocht de speler sluiten, zodat geen kaarten meer van de stapel worden genomen en daarnaast kleur en slagdwang heerst, moet hij op deze knop klikken. De kaarten worden aan het begin van het spel geschud en gedeeld, daarna kan het spel beginnen.

Spelregels

Het begrip "Schnapsen" betekent een kaartspel dat met z'n tweeën met in totaal 20 kaarten gespeeld wordt. Het doel is om 66 punten te bereiken, of de laatste slag te winnen. Iedere speler krijgt 5 kaarten, de overige kaarten komen in de stapel. Van deze kaarten wordt een kaart dwars opgelegd, deze kaart toont de troefkleur.

Diegene die de kaarten deelt laat de tegenstander nemen en begint met het delen. Daarna begint de speler die niet gedeeld heeft het spel. De deler kan nu op de gespeelde kaart reageren door een van zijn kaarten uit te spelen. De speler die de slag wint, neemt de bovenste kaart van de stapel, daarna neemt de verliezer van die ronde een kaart. Vervolgens speelt de winnaar weer een kaart. Willekeurige kaarten kunnen gegeven worden, slag en troefdwang is er alleen als de stapel op is.

De kaart met de hogere waarde verslaat de lagere kaart. Bij een gelijke waarde slaat de kaart die als eerst gespeeld werd, tenzij de laatste kaart een troef is. Een troef slaat elke andere kaart, behalve de troefkaarten met een hogere waarde.

De speler die als eerst het puntenaantal van 66 bereikt, of de laatste slag maakt, wint het spel. Hierbij worden de gewonnen slagen samen geteld. Kaartencombinaties kunnen extra worden aangekondigd. Deze worden ook een "paar" genoemd en bestaat uit de vrouw en koning van dezelfde kleur. Een paar telt voor 20 of 40 punten, het laatste is het geval als het de troefkleur betreft.

Een spel kan meerdere ronden duren. Na iedere ronde heeft de speler de mogelijkheid om het spel te beëindigen. De knoppen "spelen" en "verlaten" worden de speler getoond. Klikt de speler op "verlaten" dan eindigt het spel. Klikt hij op "spelen" dan wordt het spel verder gespeeld totdat er een winnaar is of een van de spelers het spel beëindigt.

Om het spel beter te begrijpen worden hier de fundamentele begrippen besproken:

Troef:
Slaat iedere andere kleur, moet echter voor het spelbegin aangekondigd worden. Onder de troeven geldt de normale volgorde.
Punten:
Is de waarde van iedere kaart.
Hand:
Aantal van kaarten die een speler in de hand heeft.
Bummerl:
Een partij wordt met 7 punten gespeeld. Die speler die als eerste bij de 0 is, heeft gewonnen en de geslagen medespeler krijgt een "Bummerl".
Kleur:
Het begrip voor harten, ruiten, schoppen en klaveren.
Kleurdwang:
Wanneer een kaart alleen maar gespeeld mag worden als deze ook dezelfde kleur heeft, mits voorhanden; harten op harten, ruiten op ruiten etc.
Partij:
Een opeenvolging van meerdere spellen. Dit eindigt als het benodigde aantal van een speler bereikt is.
Stelen:
De onder de stapel liggende troef, kan men bij het uitspelen met de boer van dezelfde kleur geruild worden.
Rückschneider:
Als een speler in een partij al geheel afgeteld is kan de tegenstander toch nog winnen als hij alle volgende partijen wint, hij heeft dan een "Rückschneider" behaald.
Schneider:
Heeft een speler in een partij geen enkele punten gekregen dan is de verliezer de "Schneider".
Slag:
De bezitneming van de gespeelde kaarten door de speler die de hoogste waarde gespeeld heeft.
Slagdwang:
De speler moet een hogere kaart van dezelfde kleur geven, of met troef slaan. Dit geldt alleen als er geen stapel meer is.
Deler:
De speler die de kaarten schudt en deelt.
Stapel:
Kaartstapel van waaruit kaarten genomen worden. De speler die een slag wint neemt als eerste een kaart.
Troefdwang:
Een speler moet troef spelen als hij de gespeelde kleur niet bezit. Dit geldt alleen als er geen stapel meer is.
Telling:
Niet te verwisselen met punten, omdat deze de waarde van een spel toont. De waarde van een spel wordt bepaald door het aantal ogen die het voor de speler waard is.
Sluiten:
Dit kan alleen de speler doen die net uitspeelt, waarbij hij de onderste kaart van de stapel (die de troef toont en open onder de stapel ligt) op de stapel legt. Vanaf nu kunnen er geen kaarten meer genomen worden en geldt er troef- en slagdwang. De speler die de stapel sluit moet nu 66 punten bereiken om het spel te winnen. Voor de puntenberekening worden de punten van de tegenstander geteld die hij voor het sluiten had. Bereikt hij de 66 punten niet, dan wint de andere speler en krijgt de telling, minstens 2 punten.

Puntentelling

Voor de puntentelling zijn punten en telling van belang. Telling geeft de waarde van een enkel spel aan. De waarde van een spel is afhankelijk van het aantal ogen dat de verliezende speler heeft.

Punten

  • Aas = 11 punten
  • Tien = 10 punten
  • Koning = 4 punten
  • Vrouw = 3 punten
  • Boer = 2 punten

Telling

  • 0 punten = 3 tellingen
  • 32 punten of minder = 2 tellingen
  • 65 t/m 33 punten = 1 telling

Schnapsen: Inzet en winst

6.750 spelers online