Skat: Spelhandleiding

Spelbediening

Bij Skat kan een speler tussen verschillende spelmodi kiezen. De keuze kan men maken door op de knop "Nieuw spel" te klikken. De twee modi zijn:

Duelregels

Twee echte spelers spelen tegen een computertegenstander. Daarbij speelt de computer altijd de tegenstander, maar wordt deze niet in de winstberekening mee gerekend

Toernooiregels

Wanneer de spelers zij medespelers kent en hen vertrouwd, kan hij na keuze van deze modus tegen twee echt spelers spelen.

Spelregels

Het kaartenspel Skat wordt (ten minste) met drie spelers gespeeld, wat tot tijdelijke allianties leidt. In ieder geval speelt de alleenspeler altijd tegen de beide andere spelers. Wie de rol van de solist neemt, en wie de tegenpartij is, wordt bij het bieden bepaald. De speler met het hoogste bod kan als alleenspeler zijn spel aankondigen.

Het doel van het spel is om zoveel als mogelijk "Ogen" doormiddel van slagen te bereiken. Een uitzondering daarop is het nulspel, waarbij de alleenspeler alleen kan winnen door geen enkele slag te maken.

De skatkaarten bestaan uit 32 speelkaarten in 4 kleuren. Iedere kleur heeft een bepaalde rang, waarbij de hoogste klaveren is, gevolgd door schoppen, harten en ruiten.
 

Waarde van kaarten:

  • Aas: 11 ogen
  • Tien: 10 ogen
  • Heer: 4 ogen
  • Vrouw: 3 ogen
  • Boer (onder): 2 ogen
  • Negen, acht, zeven: 0 ogen
De skatkaarten hebben een totaal waarde van 120 ogen.

Betekenis van kaarten:

Bij de kleurspellen zijn er 11 troefkaarten: 4 boeren +  7 kleurkaarten van de aangekondigde kleur. De volgorde van troefen komt overeen met de boven genoemde waardevolgorde van kleuren en/of ogen en is als volgt: klaveren boer - schoppen boer - harten boer - ruiten boer - "kleur" aas - "kleur" 10 - "kleur" heer - "kleur" vrouw - "kleur" 9 - "kleur" 8 - "kleur" 7.

Bij grandspellen zijn er 4 troefkaarten: de 4 boeren in de reeds genoemde volgorde: klaveren - schoppen - harten - ruiten.

Bij nulspellen zijn er geen troefen, de boeren zijn zoals "normale" kleurkaarten. De volgorde van kaarten bij nulspellen is: aas - heer - vrouw - boer - 10 - 9 - 8 - 7.

Pieken

Pieken zijn troefen met ondoorbroken volgorde, beginnend bij klaveren-boer. Heeft de alleenspeler de klaveren-boer zelf (inclusief de beide Skat kaarten), dan tellen zijn pieken. Dit betekent dat hij met pieken speelt. Heeft hij de klaveren-boer niet in bezit, dan worden de pieken die hij niet heeft in mindering gebracht, hij speelt daarom zonder pieken. Kleurspellen zijn maximaal met of zonder elf pieken (4 boeren, zevenmaal kleur) mogelijk. Grandspellen zijn maximaal met of zonder 4 pieken (4 boeren) mogelijk.

Spelbegin:

Iedere speler krijgt 10 kaarten. 2 kaarten worden gesloten in het midden van de tafel afgelegd en vormen de stapel (skat). De spelers worden met-de-klok-mee voorhand, middenhand en achterhand genoemd. De voorhand (afgebeeld door een groene vlag) beslist als eerst over een bod van een medespeler en speelt ook als eerst uit, onafhankelijk wie de alleenspeler is.

Bieden:

Na het uitdelen van de kaarten is door het bieden en behouden van spelwaardes te beslissen wie de alleenspeler wordt. Het bieden is altijd tussen 2 spelers (als eerste bied de middenhand de voorhand aan)

De bieder biedt altijd een hogere spelwaarde aan, die zijn tegenstander door het kiezen van "Ja" ook kan bieden (zijn bod heeft altijd voorrang op dat van de bieder), of de tegenstander "past" en wil zelf niet hoger bieden. Natuurlijk staat het de aankondigende speler vrij om altijd "pas" te zeggen, dan blijft het hoogste bod bij zijn tegenstander

De winnaar van de eerste bodronde wordt aansluitend nog door de achterhand geboden, die nogmaals een hogere bod kan doen.

Wil de middenhand noch de achterhand een bod aankondigen, dan wordt de ronde afgebroken of de voorhand bied zelf ten minste 18.

Het laagste bod is 18. De andere waardes zijn gegeven door de mogelijke speelwaardes: 20, 22, 23, 24, 27, etc. Het bieden is alleen met mogelijke speelwaardes toegestaan. Alleenspeler is altijd diegene die het hoogste geboden heeft, hij moet nu een spel aankondigen

Spelaankondiging

Er is een verschil tussen het spelen met Skat nemen of het spelen zonder Skat-nemen (handspellen). Skat nemen betekent dat de alleenspeler de beide gesloten in het "Skat" liggende kaarten neemt, en hiervoor twee willekeurige (dit kunnen ook dezelfde kaarten zijn) weer gesloten aflegd. Handspellen, waarbij de alleenspeler de Skat niet gebruiken mag, zijn normalerwijze meer punten waard dan spellen met Skat nemen (zie puntentelling).

In beide spelvarianten heeft men de extra mogelijkheid om te kiezen tussen kleurspel, grandpsel of nulspel:

Een kleurspel is de meest gespeelde variant van Skat. Hierbij zijn ruiten, harten, schoppen of klaveren troefkleur, samen met alle boeren. In kleurspellen zijn er dus 11 troefkaarten; 4 boeren en de kaarten van de gekozen kleur.

Bij een grandspel gelden, in tegenstelling tot het kleurspel, alleen de 4 boeren als troef.

Bij nulspel probeert de speler geen slagen te winnen. Er worden bij nulspellen alleen onveranderbare spelwaardes ingezet. De volgorde van de kaarten is bij alle nulspellen: 7, 8, 9, 10, boer, dame, koning, aas. Bij nul ouvert en nul ouvert-hand moet de alleenspeler zijn tien kaarten onmiddelijk open leggen, de eerste slag wordt dus open gespeeld.

Uitspelen en bedienen:

Nadat het spel is vastgesteld, speelt de voorhand uit. Daarna speelt altijd diegene uit, die de voorgaande slag gewonnen heeft.

Na het uitspelen moet de speler aan de linker hand een kaart spelen. Hierbij moet hij - en daarna de derde speler - altijd een kaart in de uitgespeelde kleur, of een troef spelen.

De speler die de uitgespeelde kleur niet heeft moet dus of een troef spelen, dus slaan, of een kaart in een andere kleur spelen. Als een troef gevraagd is, maar niet kan worden bedient, dan moet een willekeurige kaart in een andere kleur worden gespeeld.

Slaan:

Een slag bestaat uit elk een kaart van de voorhand, middenhand en achterhand en is klaar zodra alle drie hun kaarten hebben uitgespeeld. De slag wordt gewonnen door degene die

  • de hoogste kaart in de uitgespeelde kleur heeft
  • een kleur uitspeeld die niet bedient of geslagen kan worden
  • een uitgespeelde kleur als enige slaat
  • een troef op een uitgespeelde kleur met een hogere troef slaat.
  • bij een gevraagde troef de hoogste speelt
  • troef vraagt en daarop alleen kleurkaarten krijgt.

De speler, die de slag wint, speelt als volgende uit

De ronde is beëindigd als alle kaarten zijn gespeeld.

Puntentelling

Nulspel:

Voor elk nulspel is er een constante spelwaarde: nul 23, nul hand 35, nul ouvert 46 en nul ouvert hand 59. Een nulspel is door de alleenspeler gewonnen als hij geen slagen wint.

Kleur- of grandspel:

Met het bereiken van 61 ogen is de kleur- of grandspel door de alleenspeler gewonnen. Ieder kleur- en grandspel heeft een onveranderbare basiswaarde. Dit is bij ruiten 9, harten 10, schoppen 11, klaveren 12, grand en grand ouvert 24.

Winstniveaus bij spellen met Skat nemen:

Klasse I:

  • 1 spel eenvoudig
  • 2 Schneider
  • 3 Zwart

Winstniveaus bij spellen zonder Skat nemen:

Klasse II:

  • 2 spel eenvoudig
  • 3 Schneider
  • 4 Schneider aangekondigd
  • 5 Zwart
  • 6 Zwart aangekondigd
  • 7 Open
Eenvoudig heeft de alleenspeler zijn spel gewonnen met 61. punten en beide kaarten in de Skat.

Schneider is de deelnemer die 30 of minder ogen behaald heeft.

Zwart is de deelnemer die geen slagen heeft gewonnen. Bij één slag zonder punten is hij Schneider.

Schneider aangekondigt en zwart aangekondigt worden alleen berekent als de alleenspeler bij een handspel de desbetreffende winstniveau ook aangekondigd heeft. Haalt hij dit niet, dan heeft hij het spel met minstens het aangekondigde winstniveau verloren. Wint hij in een hoger niveau als dat wat is aangekondigd, dan telt het hogere. Verliest de alleenspeler in het aangekondigde winstniveau, dan wordt dit niet dubbel geteld (de zogenaamde eigenschneider is er niet). Open / Ouvert als winstniveaus worden bij open kleur- en grandspellen in beschouwing genomen. De alleenspeler mag hier geen slag verliezen. Deze spellen gelden van te voren als zwart aangekondigd.

De spelwaarde van de enkelspellen worden in punten berekent en zijn afhankeleijk van:

  • - de klasse
  • - type en basiswaarde van het spel
  • - winstniveaus en
  • - aantal van de in handen of ontbrekende pieken van de alleenspeler.

Pieken en winstniveaus worden toegevoegd en geven het totaal. In de beide klassen zijn er hiervoor de volgende mogelijkheden:

Klasse I (spelen met skat nemen): Pieken (1 - 11) + Winstniveaus (1 - 3) = Totaal gevallen (2 - 14)

Klasse II (Handspellen): Pieken (1 - 11) + Winstniveaus (2 - 7) = Totaal gevallen (3 - 18)

Het respectivelijke totaal van gevallen wordt dan met de daarbij behoorde basiswaarde van het aangekondigde spel vermenigvuldigt en geeft de concrete spelwaarde.

Overboden spel:

Overbieden betekent dat de speler een spelwaarde heeft vastgesteld, maar deze niet heeft kunnen bereiken. Hierdoor heeft de speler het spel verloren.

Bereikt een handspel het geboden of behouden biedewaarde niet, omdat een piekentroef in de skat lag, dan heeft de allenspeler zich overboden. Hij heeft het spel ook verloren als hij meer dan 60 ogen behaald heeft.

Skat: Inzet en winst

Voor elke ronde zijn er berekeningsstappen:

  1. Allereerst wordt de geldwaarde van het spel berekend (inzet * speelwaarde). Bijvoorbeeld een inzet van 0,10 * 18 (speelwaarde bijvoorbeeld van ruiten met 1) = € 1,80.   
  2. Daarna wordt de provisie per speler berekend. Dat zijn in ons voorbeeld volgens de tabel 9% van 1,80 = € 0,16.   
  3. Ter afsluiting wordt dit bedrag met het aantal spelers vermenigvuldigd: 0,16 * 3 = € 0,48

De winnaar krijgt in dit geval dus 3,60 - 0,48 = € 3,12 uitbetaald. Als beide tegenstanders van de alleenspeler winnen dan wordt de winst gelijkmatig verdeeld.

Door het instellen van een limiet in de spelinstellingen kan de berekening natuurlijk van dit voorbeeld afwijken.

12.615 spelers online